Behuizingen

Net als ik klaar zit voor een aflevering van ‘De gezonken meesters’ voel ik iets omhoog borrelen… het is weer zover; een column wil het levenslicht zien en laat zich niet onderdrukken of tegenhouden. Nu graag, straks wil het niet meer en gaat het onbevredigd de vergetelheid in, wat natuurlijk niet mag gebeuren.

Ik wil iets opbiechten! Het zit namelijk zo, lange tijd heb ik een beetje een aparte hobby gehad (dus nu durf ik het wel te vertellen) waar naast mijn levensgezel niemand weet van heeft: ik bedacht huizen en daar verpoosde ik dan naar believen. Er ontstond een ontwerp in mijn hoofd en dat werkte ik verder uit, zo gedetailleerd mogelijk en soms maakte ik daar ook een tekening of collage van. Niet bestaande huizen op bestaande plekken en bestaande huizen op niet bestaande plekken waarvan ik dan de indeling en inrichting zó voor me zag, en soms aanpaste als er bij nader inzien iets onhandigs voor mijn geestesoog was verschenen. Zelfs de omgeving en de buren verzon ik erbij, het ene huis was een zoete inval en het andere juist op een rustige afgelegen plek met weinig tot geen mensen, alleen dieren, in de bossen of aan de Schotse kust bijvoorbeeld. Google Earth werd mijn steun en toeverlaat.

De huizen waren altijd compleet met alles erop en eraan, het ene knus en lieflijk, het andere ruim met een aanbouw voor  bijvoorbeeld hulpbehoevende ouders en logerende gasten. Ik kon daar helemaal in op gaan, een heerlijk tijdverdrijf om in de avonduren en vlak voor het slapengaan te verpozen zodra gesnoezel overgaat in gedommel.

Altijd al was ik gefascineerd door huizen en details van de omgeving: toen ik nog een peuter was en achterop de fiets van mijn moeder door de  verder vrij saaie blokkendooswijk werd gereden, viel mijn oog al op de prachtige stadsboerderij waar de peuterspeelzaal in gevestigd was en het grappige open winkelcentrum met de krul in de p van Paddepoel. De krulpeer noemden we dat.

Wellicht doen meer kinderen dit, als je ze ademloos verwonderd om zich heen ziet kijken vanaf het mandje achterop de fiets, dan doen ze dat dus, huizen kijken. Zou kunnen.

Over de binnenkanten ervan ging ik pas later nadenken, toen we naar een klein dorp verhuisden en ik een prachtig, groot wit huis langs de kant van de weg ontwaarde met een balkonnetje aan de zijkant en geheimzinnige ronde raampjes op de zolderverdieping. Daar moest ik beslist eens binnen zien te komen… en die kans kreeg ik een paar jaar later, toen de jongste bewoonster van dit “kasteeltje” bij mij in de klas kwam op school. Gelukkig vonden wij elkaar aardig en zo kwam het dat ik op een dag mocht komen spelen. Haar kamertje bleek zich achter de ronde raampjes te bevinden, hoera! Ik genoot met volle teugen, en ook de rest van huis voldeed aan mijn verwachtingen; van die zwart/witte tegels in de gangen, hal, keuken en toilet, een prachtige houten trap met een balustrade die in een film over een oud landhuis niet zou hebben misstaan. Hoge plafonds en dito ramen en het allermooist vond ik het balkonkamertje van de oudere zus van mijn vriendinnetje, die ik daar al met haar blonde lange haren op de rand zag zitten. Elke keer als ik er langs kwam keek ik of ze er toevallig zat. Dat was helaas nooit het geval.

Huizen en hun binnenkanten waren vanaf dat moment niet meer uit mijn leven weg te denken, ze kwamen als een soort levende, ademende wezens ook mijn (dag)dromen binnen. Daarin kon ik helemaal los met kleuren, meubels en de omgeving, en zo is het gekomen dat ik een heleboel huizen “bezit”. Ik ken ze ook nog allemaal, tot in de details, hoe ze aanvoelen en hoe ze ruiken. Hoe de sfeer is en welke kleuren er gebruikt zijn en zelfs welke geschiedenis ze hebben.  Het is erg leuk om af en toe ergens op een totaal andere plek te vertoeven en je er toch vertrouwd en thuis te weten. Wellicht gaan veel mensen daarom telkens naar dezelfde vakantiestek.

Ik deed dit denk ik meestal vanuit de behoefte mijn creatieve ei kwijt te kunnen en een echte rustplek te hebben, waar ik ook nog eens ongegeneerd mezelf kon zijn en alles precies is en gaat zoals ik op dat moment nodig had. Beetje een soort  visualisatie die me zomaar overviel dus. Ik heb in hen allen “geleefd”, langere of kortere tijd.  In mijn waaktijd was ik ze doorgaans vergeten, wat ze me nooit kwalijk namen. Want als ik rechtop schoot in bed om mijn schetsblok te pakken, omdat een huis getekend moest worden, werd er altijd geduldig op me gewacht. Allemaal zitten ze nog ergens in de bibliotheek van mijn hoofd of ze nou ooit getekend zijn of niet. En ik zou ze zomaar weer kunnen pakken, maar die behoefte is minder geworden. Andere dingen hebben nu meer ruimte, meer voorrang gekregen, om te zijn en om beleefd te worden… daarnaast heb ik meer energie om wat lijfelijker bezig te zijn.

Het lijkt er wel op dat ik mijn plek, mijn huis gevonden heb.

En ik kan natuurlijk altijd nog binnenhuisarchitect worden.

Door Saskia.D