In 99 woorden: Dinsdagavond

Het was lekker warm onder het dekbed. Ze kroop dicht tegen hem aan en fluisterde: ‘Slaap je al?’
‘Mmm, bijna,’ mompelde hij. Verlangend boog ze zich naar hem toe. ‘Maar ik moet geloof ik weer wakker worden,’ ging hij verder en zij lachte zachtjes.
Juist toen ze hem wilde kussen, gooide hij het dekbed van zich af. ‘Ik ben vergeten de container aan de straat te zetten.’ Hij trok een uitgezakte joggingbroek aan.
‘En als ik dan toch naar buiten moet, kan ik net zo goed nog een rondje gaan hardlopen. Ga jij alvast maar slapen.’

Annelies van Bloois