Rechter: Het Hogeland moet twee Oekraïners toch onderdak bieden

HET HOGELAND – De gemeente Het Hogeland moet twee vluchtelingen uit Oekraïne opvang bieden, ook al is de gemeentelijke opvang vol, zo oordeelt de rechter in de zaak die de twee vluchtelingen hebben aangespannen.

Na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne kreeg de gemeente de opvang van 140 vluchtelingen toegewezen. Deze opvang is met knarsen, piepen en kraken gelukt. Het stel kreeg twee jaar geleden onderdak in deze gemeente. Vanwege het overlijden van een familielid hebben zij op een gegeven moment de gemeentelijke opvang verlaten en zich uitgeschreven. Later keerden de twee terug in Nederland en klopten ze opnieuw bij Het Hogeland aan voor opvang. De opvangplekken waren inmiddels vergeven. Sterker nog: de hele gemeentelijke opvang zit vol. Er was daarom geen plek voor het Oekraïense stel. De gemeente heeft geprobeerd ergens anders een opvangplek voor hen te vinden, maar dat is niet gelukt. Ook landelijk is er een tekort aan plekken.

De Oekraïners stapten naar de rechter. Het Hogelandster college heeft tijdens de zitting een toelichting gegeven op de opvangproblematiek. De rechtbank heeft begrip voor de problematiek bij de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne waarmee het college te maken heeft. De rechtbank begrijpt ook dat gemeenten van elkaar en van het rijk afhankelijk zijn om de opvangproblematiek op te lossen.

De rechter bepaalde dat het college van B&W opvang moet bieden aan de Oekraïners omdat het cop grond van Europese én nationale wet- en regelgeving een resultaatsverplichting heeft om opvang te bieden aan vluchtelingen uit Oekraïne. Dit betekent dat als de gemeentelijke opvang vol is, het college een alternatief moet zoeken.

Het stel uit Oekraïne heeft inmiddels, na een eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter, tijdelijk opvang gekregen in Het Hogeland. De rechtbank heeft nu bepaald dat het college van Het Hogeland deze opvang moet blijven bieden.