Vastentijd 2: De gangsters rukken op
“De zwarte vlag van ISIS-moordbendes wappert weer over Raqqa. Raqqa was ooit de hoofdstad van Daesh voordat het in oktober 2017 werd bevrijd door de Koerdische SDF en anti-IS coalitie. Dit markeerde tegelijkertijd de doodskistnagel in zijn “kalifaat”.
In #Rarden onze Yazidische vrouwen verkocht op de slavenmarkten van de Jihadisten. Met prijskaartjes op hun lichaam. Aan al diegenen die nu nepnieuws gooien: Stop met ons te informeren over Raqqa! We kennen de geschiedenis en zien het zich herhalen – zoals altijd als een farce.”
Ik knipte dit stukje uit de Franstalige Facebookpagina van Koerdische vrouwen.
De Koerden bewonen een uitgestrekt, bergachtig gebied genaamd Koerdistan, gelegen in het Midden-Oosten. Sinds 1918 is dit gebied verdeeld over vier landen: Zuidoost-Turkije, Noord-Irak, Noord-Syrië en Noordwest-Iran. Het is een volk van ongeveer 30 miljoen, ik hou de gematigde schatting aan. Een eigen taal en cultuur, vooral soenieten, alleviten, christenen en yazidi, een vreedzaam volk, tolerant, trots op hun vrouwen en meisjes. En vooral: vechtjassen, gevreesde tegenstanders als het om hun vrijheid gaat. Zij waren zeer belangrijk in het verslaan van de Islamitische Staat, met steun van de VS, die islamitische moordenaars die alvast het begin van het islamitisch wereldrijk begonnen met het kalifaat in Syrië. En niet te vergeten, hun bijdrage aan het ten val brengen van Assad, de misdadiger die méér gevangenissen had dan overheidsgebouwen, ziekenhuizen en scholen en nu gelukkig in Moskou zit met een vrachtwagen vol geld.
Na Assad greep Al Jolani de macht, een Al-Qaida strijder, maar nu met stropdas, colbert en bijgeknipte baard die de islamitische bendes in het reguliere leger opnam en je kon er op wachten. Legerbendes vielen de Druizen aan in het zuiden aan Syrië. En nu zijn de Koerden aan de beurt.
Gangsters uit Damascus, IS-ers, het DAECH-netwerk en Turkije, vallen huizen binnen en plunderen, bevrijden IS-strijders uit gevangenissen. Wat weer mooi is voor die 65 Nederlandse IS-strijders, hun vrouwen en kinderen.
Op Facebook zie je trotse Koerdische vrouwen, hun schoonheid is de haardos, dikke zwarte vlechten die ze overdadig tonen. Moslima die trots zijn op hun – ja, cultureel bepaalde – schoonheid. En dan is er zo’n islamitische gangster die met trots een afgeknipte haarvlecht toont, als teken van het onteren van een Koerdische vrouw. Vergeet niet, beste jongen, die patriarchale, tribale Koerdische mannen hebben hun vrouwen geleerd met een kalasjnikov om te gaan, een mooie vlecht op het hoofd, op hun heupen de gordel met kogelmagazijnen, eigen eenheden, onder leiding van vrouwelijke officieren.
Het moet 2012 zijn geweest. In de Folkingestraat in Groningen – vlak bij de Soukh – had een Marokkaan een halal slagerij waar ik één keer per maand een stukje schaap of geit haalde voor de couscous stoofpot, want bijna nergens anders te krijgen. Hij moslim, ik katholiek, we begroetten elkaar met een zegen, type: Gods zegen voor alles wat je lief is. Hij met een formulering waarin te herkennen was: Allah, barak (gezegend) en inshallah. We kregen het over de IS-moordenaars. Hoe het toch kan dat mensen die in God geloven andere mensen afmaken in de naam van God? Deze inclusieve interreligieuze dialoog eindigde in stilte, de stilte van onze schaamte. Ik zei: Zullen we bidden voor onze broeders en zusters in Syrië? We prevelden ieder wat en waren opgelucht.
Na het afrekenen stopte hij me een stuk worst toe, dat hoeft niet dat is niet nodig, jawel want wij zijn broeders in God en het is voor je vrouw met de groeten mij en dat kon ik niet weigeren.
Op de tweede dag van de Vastentijd: Zakaat, naastenliefde, erbarmen voor onze broeders en zuster in Koerdistan. En de 30 duizend mannen, vrouwen, kinderen doodgeschoten in Iran.
Berto Merx











