Vastentijd 3: Ach, tijd van het Rijke Roomse Leven

Woensdagavond vroeg Wierd Duk in Vandaag Inside zich wat mompelend  af waarom er in de media zoveel aandacht is voor het islamitisch vasten en zo weinig voor wat christenen in de vastentijd doen? Ik kreeg woensdag ook de nieuwsbrief van het bisdom Roermond en daarin stond een stukkie over het feestelijk bestaan van 60 jaar Vastenactie. En dat bracht me terug naar mijn Heimat, het goede oude leven in mijn geboortedorp van toen, toen ik 12 jaar was, 1966.

Op Aswoensdag gingen de klassen 5 en 6 (nu de groepen 7 en 8) ’s ochtends naar de kerk voor een korte boeteviering en kregen we een kruisje op het voorhoofd getekend, van as met een beetje olie met de woorden: “Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren.” En daarna door naar de biechtstoel om de zonden te bekennen en tot inkeer te komen om vrij van zonden de 40-dagen tijd in te gaan. ’s Avonds was er een boeteviering voor de volwassenen. Als kinderen mochten we niet meer snoepen. Het zondagsgeld, 10 cent van je ouders als een soort zakgeld en ook van je opa of oma als je naar hen vernoemd was, vloog naar de bakker die zondagmorgen open was juist voor de verkoop van zoethout voor één cent, kandijbrokjes, spekjes, zoute drop en eetpapier. Juist dat mocht je niet eten, moest je in een weckfles doen en bewaren tot Pasen. Soberheid door de week, op vrijdag geen vlees maar vis, behalve voor mannen die zwaar werk deden. De naastenliefde was eenvoudig; in de Zondagsmissen werd gecollecteerd voor de missie, elk dorp had wel een missionaris geadopteerd die in de tropische landen het katholicisme verkondigde. Door het jaar heen spaarden we voor deze helden in het geloof zilverpapier en postzegels. Wij katholieken waren toen al zeer bewust van de noodzaak van het recyclen van kostbare grondstoffen!

Dit is de herinnering aan de “Good Old Folk Society”, de hechte katholieke gemeenschap, een dorp met ongeveer 4 duizend inwoners nog net in het volle Rijke Roomse Leven. Op mijn schoolrapport stonden naast de gewone vakken ook nog: orde, netheid, vlijt en…..kerkbezoek. En de dienstdoende schoolmeester noteerde je aanwezigheid in een van de zondagse missen en het was niet best als je op deze ‘vakken’ en 6 had en op zulke speciale dagen liepen we als scholieren, de meisjes van de meisjesschool ook, op naar de kerk.

Mannen, Aswoensdagavond waren in de 19 cafés het haringschoppen, schoppen is Duits voor ontspannen, zure haring eten, gratis, om bij te komen van de zware carnavalsdagen. De avondviering op Aswoensdag? De kerk had een capaciteit van 250 personen op een geloofsgemeenschap van 4 duizend. Mijn moeder ging het askruisje halen, heb ik bij mijn vader nooit gezien. Het opgespaarde snoepgoed? Een broer van me stal systematisch uit mijn weckfles. Ik? Mijn vleeslijk verlangen was sterker dan mijn geest. Ik snoepte daar ook uit maar ik deed dat onder de dekens. In de volksreligiositeit van toen: Jezus weet alles en Maria ziet alles. Deze zonden konden ze niet zien want onder de dekens.

In 1966, de Grote Modernisering van de katholieken zet door en de bisschoppen in Nederland schaffen deze manier van vastentijd af. Vasten is een individuele zaak geworden. Voor Nederland hebben de bisschoppen de volgende richtlijnen vastgesteld: Aswoensdag en Goede Vrijdag: verplicht vasten: Dit betekent één volledige maaltijd en twee kleine maaltijden zonder tussendoortjes of een maaltijd overslaan. Het idee is dat je honger voelt als vorm van boetedoening. Voor de vrijdagen tijdens de Veertigdagentijd: Aanbevolen onthouding van vlees. Individuele invulling van vasten: Katholieken mogen zelf bepalen hoe ze vasten en waarin ze zich beperken. Het gaat om het tonen van zelfdiscipline en het bewust opofferen van genoegens om dichter bij God te komen. Aalmoezen geven: Katholieken worden aangemoedigd om het geld dat ze besparen door minder luxe consumptie (zoals vlees, alcohol of andere lekkernijen) te schenken aan liefdadigheid of mensen in nood.

En voor de aalmoezen hebben ze zestig jaar geleden de Vastenactie ingesteld. Een envelopje waar je geld in doet en de opbrengst is bestemd voor een groot doel in de Derde Wereld, projecten voor ziekenzorg, wezenzorg, onderwijs.

De volksreligiositeit is verdwenen, wat een elegante manier van zeggen is dat de kerken leeg liepen. Hier en daar is er Aswoensdag nog wel een boeteviering, de biechtstoelen worden gebruikt voor het opbergen van schoonmaakspullen en op katholieke scholen wordt er in de godsdienstlessen wel aandacht aan besteed op creatieve wijze. Bij mij thuis eten we op vrijdag vis in plaats van vlees. Eigenlijk zijn wij katholieken van oudsher flexitariërs.

Dus, Wierd Duk, je kunt in de media geen aandacht besteden aan vasten van katholieken want het is zo goed als verdwenen.

Op het envelopje na.

Rond 2000 was pater Van Zeeland zaliger, een Jezuït, priester in de parochies van Het Hogeland. Het hele jaar door spoorde hij aan om postzegels te bewaren, voor de missie. In de vastentijd, na de mis, waren er altijd wel een paar oude parochianen die hem een envelop met gebruikte postzegels brachten.

Dat ontroerde me.

Berto Merx

Ik loop vast in het vinden van een geschikte foto, thema katholiek vasten