In 99 woorden: Ontmoeting

Om de asfaltweg te vermijden, loop ik met mijn hond door het bosje. Ondanks het vroege tijdstip, verras ik daar een man. Blijkbaar met hoge nood, als hij me ziet probeert hij snel zijn broek weer dicht te maken. Hij wordt knalrood. Ik sla uit beleefdheid mijn ogen neer, maar daardoor valt mijn blik per ongeluk op het zenuwachtige gefrommel in zijn kruis. Ik weet niet meer waar ik kijken moet en loop met afgewend hoofd door, terwijl ik een giechel inslik. ‘Goedemorgen’, hoor ik hem mompelen. Ik steek mijn hand maar even op. Je moet toch wat.