Nibud: Koopkracht Nederlandse huishoudens daalt, nog veel onzekerheid 

DEN HAAG – De meeste Nederlandse huishoudens gaan er in 2027 financieel op achteruit. De koopkracht daalt gemiddeld met 0,1 procent, blijkt uit berekeningen van de Nibud op basis van de Miljoenennota. Voor het eerst sinds de energiecrisis van 2022 is er voor de meeste huishoudens een koopkracht daling. “Daarnaast is het nog erg onduidelijk of de kabinetsplannen daadwerkelijk worden doorgezet en zijn verschillende maatregelen niet van tafel gehaald, maar uitgesteld met een jaar. Die klap komt dus mogelijk later nog”,  aldus NIBUD-directeur Mattias Gijsbertsen.

Lastenverzwaringen
De koopkrachtdaling is het gevolg van lastenverzwaringen die het kabinet volgend jaar wil doorvoeren. Zonder deze plannen zouden mensen er gemiddeld een ruime procent op vooruitgaan, omdat de verwachte loonstijging (gemiddeld 3,8 procent) hoger is dan de verwachte prijsstijgingen (2,7 procent). Met name de belastingverhogingen drukken de koopkracht. De belastingtarieven gaan omhoog en dat merken mensen in januari direct op de loonstrook.

Voor huishoudens met kinderen veranderen er verschillende regelingen, maar de effecten daarvan heffen elkaar in de meeste gevallen grotendeels op. Huishoudens met een laag inkomen of middeninkomen gaan er over het algemeen maximaal enkele tientallen euro’s op achteruit, in sommige gevallen gaan zij er een klein beetje op vooruit. De grootste koopkrachtdalingen zien we bij huishoudens met een inkomen rond € 100.000 met twee of drie kinderen. Zij gaan er maximaal € 107 per maand op achteruit.

Veel onzekerheden, zorgen blijven
Over de Prinsjesdagplannen is nog veel onzeker. Het kabinet heeft geen meerderheid in de Tweede Kamer en heeft steun nodig van oppositiepartijen om de begrotingsplannen te kunnen uitvoeren. ‘Het zou dus zomaar kunnen dat deze plannen nog een andere wending krijgen, met andere gevolgen voor de portemonnee. Het is lastig bouwen op deze plannen. In ons laatste onderzoek naar de geldzaken van Nederlandse huishoudens zagen we bovendien dat meer mensen zich zorgen maken over hun financiële situatie, en dat maatschappelijke en (geo)politieke ontwikkelingen daarbij een belangrijke rol spelen. Het kabinet vermindert die zorgen niet met deze koopkrachtdaling in een wereld vol onzekerheden. Huishoudens die het al goed hebben, kunnen deze daling prima opvangen. Maar bij gezinnen die elke maand de eindjes aan elkaar moeten knopen zorgt een kleine financiële tegenvaller al snel voor problemen.’

Gepensioneerden 
Voor gepensioneerden met een aanvullend pensioen geldt, net als vorig jaar, een bijzondere situatie. Zij zitten in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, waarbij pensioenfondsen een deel van hun reserves kunnen uitkeren. Gemiddeld stijgt het aanvullend pensioen volgend jaar met 6 procent, maar dat zal veel hoger zijn voor huishoudens waarvan het pensioenfonds in 2027 overgaat en veel lager bij de pensioenfondsen die al zijn overgegaan naar het nieuwe stelsel. In deze koopkrachtberekeningen is uitgegaan van de gemiddelde stijging. Ouderen die niet deze hoge gemiddelde indexering krijgen, gaan er volgend jaar op achteruit. Wel is het zo, dat die groep de koopkrachtvooruitgang door het nieuwe stelsel waarschijnlijk in 2026 al gehad heeft of deze mogelijk nog in het vooruitzicht heeft.

Zorg en sociale zekerheid 
Een deel van de kabinetsplannen rondom zorg en sociale zekerheid gaat voorlopig niet door. Het Nibud berekende eerder in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid dat die plannen huishoudens met extra zorgkosten verder in de problemen zouden brengen.

Gijsbertsen: ‘Nu al kunnen veel huishoudens met een laag inkomen en extra zorgkosten hun minimaal noodzakelijke uitgaven niet betalen. Zij zitten al onder de ondergrens en zouden nog verder wegzakken. Een andere groep zit nog net boven die grens en zou er ook onder terechtkomen. Die gevolgen vinden wij onverantwoord. Het uitstel van een aantal plannen neemt een deel van de druk weg. Maar voor hoelang? Komt de klap alsnog in 2028? Dat hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd. We roepen het kabinet op om deze kwetsbare groep ook op de langere termijn te ontzien en niet op te zadelen met onvermijdbare financiële problemen.’

Later duidelijkheid
Als deze plannen uitgevoerd worden, merken de meeste huishoudens in januari de eerste gevolgen. Maar er kan de komende tijd dus nog best veel veranderen. Om een beeld te krijgen van hoe hun koopkracht zich volgens deze cijfers zou ontwikkelen, kunnen consumenten de Koopkrachtberekenaar invullen.

In januari berekent het Nibud opnieuw de koopkrachtcijfers, wanneer duidelijk is welke regels en maatregelen in 2027 van kracht zijn.

Achtergronden bij de berekeningen 
De term koopkrachtontwikkeling staat voor de hoeveelheid goederen en diensten die met het besteedbaar inkomen kunnen worden gekocht in vergelijking met het vorige jaar. Bij de berekeningen gaan we uit van een inflatie van 2,7 procent voor 2027, het percentage dat het CPB verwacht in de laatste ramingen. Ook is rekening gehouden met een stijging van de ziektekostenpremie en indexatie van het eigen risico in de zorg. Verder gaan we uit van de brutoloonstijging van 3,8 procent die het CPB verwacht voor mensen in loondienst. Alle fiscale regelingen van 2026 en 2027 die relevant zijn voor de 117 huishoudtypen zijn gebruikt, net als stijgingen van het minimumloon en uitkeringen, veranderingen in vakantiegeld en kinderbijslag. 

Voor het berekenen van de gemiddelden doen we een aantal aannames. Bijvoorbeeld dat huishoudens alle toeslagen en inkomensondersteuning aanvragen waar zij recht op hebben. De werkelijkheid van individuele huishoudens kan daarvan afwijken.  

Er is geen rekening gehouden met wijzigingen in de bijzondere bijstand of gezondheidssituatie. De hier genoemde huishoudens zijn slechts voorbeelden, waarbij de situatie simpel is gehouden. In de voorbeelden zijn alleen standaard-ziektekosten (zorgpremie en eigen risico) meegenomen.  

In werkelijkheid gebeurt er natuurlijk veel meer in een huishouden. Promotie, veranderen van baan, (gedeeltelijk) stoppen met werken, werkloos raken, scheiden, gezinsuitbreiding, enz., zijn gebeurtenissen die veel invloed hebben op het besteedbare inkomen van een huishouden. Als gevolg hiervan kunnen financiële situaties van huishoudens verschillen van de voorbeelden.